Max de Jong over Bouwbesluit: "De pijn zit in buitenschil"
Bouwnieuws | Rudolf Dukker
Geplaatst: 30-11-2011
Max de Jong weet alles van bouwkosten en detaillering. Als directeur van Archidat, een grote kennisbank van actuele informatie over deze vakgebieden, kan hij aanwijzen waar het hevigste pijnpunt van het nieuwe Bouwbesluit zit. “In de buitenschil. Nederland heeft het slechtst geïsoleerde woningbestand van de noordelijke eurolanden.”
Vanaf 2020 moeten alle nieuwe gebouwen in Europa energieneutraal zijn, schrijft de EU voor. Iedereen in de bouw is ervan op de hoogte. In het Lenteakkoord hebben Bouwend Nederland, Aedes, Neprom en NVB eensgezind met de minister afgesproken in 2020 alleen nog energieneutrale woningen te zullen bouwen. “Daarom is het vreemd dat er zo veel weerstand was tegen de motie van de SP om de Rc voor nieuwbouwwoningen te verhogen van 3,5 naar 5. Als we in 2020 een EPC van 0 willen halen, zullen we toch echt wat aan de schil moeten gaan doen”, benadrukt Max de Jong.
Energieverlies “Tot voor kort was de EPC voornamelijk een issue voor de installateurs”, zoekt hij naar een verklaring voor de afwachtende houding van de bouwpartijen. “De periodieke aanscherpingen van 1,4 in 1995 tot 0,8 in 2006 konden eenvoudigweg worden opgelost door een efficiënter keteltje op te hangen. Met installatietechnische aanpassingen redden we het wel, was de heersende opvatting.” Totdat op 1 januari 2011 de volgende stap naar een EPC van 0,6 moest worden gezet. Opeens komen bouwpartijen erachter dat een EPC van 0,6 op papier niet automatisch betekent dat een gebouw ook werkelijk energiezuinig is. Waar zit het verlies, als van de beoogde energiereductie van 25 procent slechts tien procent wordt gehaald? De Jong: “Dat verlies zit in de schil. Je hoeft er niet voor te hebben gestudeerd om te begrijpen dat de installatie van een hoogwaardige ketel in een gebouw met een minder hoogwaardige schil niet aan de gestelde rendementsverwachtingen voldoet.” Producenten en leveranciers zijn volgens De Jong vaak een stuk vooruitstrevender dan de architecten en de aannemers. “Vooral kleinere architectenbureaus hebben moeite met de complexe rekenmethodieken. Het probleem zit in het voortraject. Hoe maak je een systeem waarmee je in het ontwerpproces kan meten wat er uiteindelijk uitkomt? De NEN 7120, beter bekend als de EPG, is daarvoor bedoeld. In plaats van verschillende rekenmethodieken voor nieuwe en bestaande woningen, en nieuwe en bestaande utiliteitsbouw willen we naar één rekenmethodiek voor bepalen van de energieprestatie van alle gebouwen in Nederland. Bovendien blijkt dat er veel tegengestelde belangen zijn”, vervolgt hij. “Want hoe ga ik de isolatiewaarde van de schil waarderen? Hoe waardeer ik de installatietechniek? We hebben bijvoorbeeld zelf een test gedaan met de nieuwe rekenmethodiek. Onderzocht wat er met de EPC gebeurt als je een isolatiewaarde van Rc 5 verhoogt tot een Rc van 10. Het scheelde slechts enkele honderdsten. Je kan dus heel veel extra isoleren, maar rekenkundig zie je het niet terug. Heel gek. Je mag je dus afvragen in hoeverre de rekenmethodiek volgens de NEN 7120 overeenkomt met de werkelijkheid.”
Reduceren De Jong zet ook vraagtekens achter de labelling van woningen. “Als je ziet dat aan nieuwbouwwoningen nog een energielabel E, F en G wordt toegekend, rijzen de haren je te berge. Woningen die onder regelgeving zijn gebouwd, hebben per definitie label A. In ieder geval niet G, F of E. Maar het gebeurt wel. Heel gek. Want, waar gaat het uiteindelijk om? We willen de CO2-uitstoot reduceren. 35 Procent van de totale CO2-emissie in Nederland wordt geproduceerd door gebouwen. Dat moet omlaag. Maar om dat te bereiken, stellen we merkwaardigerwijs alleen eisen aan de nieuwbouw van woningen, terwijl de grote woningbouwprojecten in feite tot stilstand zijn gekomen. Veel interessanter is het om de bestaande vijf miljoen energie-onzuinige woningen aan te pakken. Dat zet echt zoden aan de dijk”, onderstreept De Jong het cruciale punt van zijn betoog. “Daarom hebben we de hele woningvoorraad in kaart gebracht. Van alle woningen in Nederland weten we vrij nauwkeurig hoe ze gebouwd zijn. Daarvoor hebben we niet alleen oude bouwtekeningen bekeken, maar ook studieboeken uit 1918, 1940, 1960. Zodoende hebben we kunnen vaststellen dat Nederland het slechtst geisoleerde woningbestand heeft van de noordelijke eurozone. Het gemiddelde energielabel van het Nederlandse huis is E. Dat is zeer energie-onzuinig.” Wederopbouw “In Scandinavië en Duitsland is de isolatieschil dikker en van hoogwaardiger materiaal”, zet De Jong uiteen. “De typisch Nederlandse spouwmuur laat maar een beperkte isolatiedikte toe, terwijl de Duitsers hun woningen gewoon aan de buitenkant isoleren. Ook het isolerend vermogen van de beglazing is in Nederland minder. Wij werken nog steeds met KVT kozijnen, voorzien van dubbel glas. In Duitsland en Scandinavië is drievoudige beglazing gangbare praktijk.” De verouderde detaillering is een overblijfsel van de wederopbouw. Om de woningnood op te lossen zijn tal van regeltjes bedacht om de bouw te standaardiseren en grootschalig op gang te brengen. De Jong: “Er is geen land waar de bouw zo gestandaardiseerd is als in Nederland. De overheid heeft zich decennialang structureel bemoeid met de woningbouw. Eerst tijdens de wederopbouw en vervolgens door middel van premieregelingen in de jaren zeventig. Al die premiewoningen zijn volgens strikte regels gebouwd. Minimumeisen waren tevens maximumeisen. Als je van een Nederlands huis het bouwjaar kent, weet je ook hoe de plattegrond eruitziet – eventueel gespiegeld – en welke materialen zijn gebruikt. Op basis daarvan zijn we bezig een renovatieconcept uit te werken, met het doel om de bestaande woningvoorraad op hetzelfde energieprestatieniveau te krijgen als de nieuwbouw. Wat moet je doen om bijvoorbeeld 100.000 woningen, waaraan we het label F of G hebben gehangen, op te waarderen naar label A?
De Jong: “Er zijn wel eerder inventarisaties gemaakt van wat er in Nederland staat, maar nooit gekoppeld aan energielabels. Laat staan aan wat je moet doen om het probleem van de energieverspilling op te lossen. Dat is wat wij aan de verantwoordelijkheid van de Nederlandse bouwpartijen hebben toegevoegd.” We willen het aan de markt overlaten, bepleiten achtereenvolgende ministers. Maar of dat raadzaam is? “We hebben gezien hoe groot de innovatiekracht van de marktpartijen is”, schampert De Jong. “Sinds de bergingen en de balkons uit het Bouwbesluit 2003 zijn geschrapt, worden er appartementen neergezet zonder balkons en zonder bergingen. ewoners weten niet waar zij hun fiets moeten laten. Rara waarom die appartementen nu on verkoopbaar zijn. Oplossingen aan de markt over laten, werkt niet.”
Je mag je afvragen in hoeverre de rekenmethodiek volgens NEN 7120 overeenkomt met de werkelijkheid
Overig Bouwnieuws
|