Bewegwijzering hoort in het ontwerp, van parkeerterrein tot sanitair
Productnieuws | Door een onzer verslaggevers
Geplaatst: vandaag
In veel bouwprojecten komt signalering pas ter sprake als het gebouw al bijna wordt opgeleverd. Op dat moment zijn de palen niet ingetekend, ontbreken de bevestigingspunten in de wanden en wordt er haastig iets besteld dat net niet past bij de rest van de afwerking.
Dat is jammer, want borden en bordjes bepalen voor een groot deel hoe bezoekers, leveranciers en gebruikers een gebouw en het terrein eromheen ervaren. Wie bewegwijzering al in het ontwerp meeneemt, voorkomt meerwerk en krijgt een logischer geheel.
Het terrein rond het gebouw is ook een verkeerssituatie
Bij utiliteitsbouw, zorgcomplexen en bedrijfspanden ontwerpt het bouwteam niet alleen het gebouw, maar ook de inritten, parkeervakken, laad- en losplaatsen en voetgangersroutes. Daar rijden bezoekers, bestelbussen, vrachtwagens en hulpdiensten door elkaar. Eenduidige tekens zijn dan geen detail, maar een voorwaarde voor een veilige verkeersstroom.
Het helpt om de logica achter het Nederlandse bordensysteem te kennen. Het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 (RVV 1990) deelt verkeersborden in series in met een eigen letter. Serie A gaat over snelheid, B over voorrang, C over geslotenverklaringen, D over verplichte rijrichtingen en E over parkeren en stilstaan. Daarna volgen nog onder meer F, G, J en L. Ook vorm en kleur volgen een vaste systematiek. Ronde borden met een rode rand verbieden of beperken iets, blauwe ronde borden geven een verplichting aan en blauwe rechthoekige borden informeren, zoals het bord voor een parkeerplaats.
Een overzicht van verkeersborden en hun betekenis is handig om die systematiek paraat te hebben bij het maken van een situatietekening of bij het overleg met de opdrachtgever over parkeren en logistiek. Zo wordt sneller duidelijk of er een eenrichtingsroute nodig is, waar een invalidenparkeerplaats komt en welke borden de laad- en losplek afbakenen.
Openbaar of eigen terrein, dat maakt verschil
De Wegenverkeerswet 1994 en het RVV 1990 gaan over wegen die openstaan voor het openbaar rijverkeer. Op de openbare weg plaatst de wegbeheerder borden, meestal op basis van een verkeersbesluit. Op een afgesloten eigen terrein ligt dat anders. Daar bepaalt de eigenaar de regels en zijn borden vooral een duidelijke afspraak met de gebruikers. Of een terrein juridisch als openbare weg geldt, is niet altijd zwart-wit. Een vrij toegankelijk parkeerterrein bij een winkelcentrum kan anders worden beoordeeld dan een omheind bedrijfsterrein met een slagboom. Leg die vraag bij twijfel voor aan de gemeente of een jurist voordat het bordenplan definitief wordt.
Praktisch gezien loont het om bordposities net zo serieus te behandelen als andere terreinelementen. Een paal heeft een fundering nodig die niet botst met kabels, leidingen of boomwortels. Zichtlijnen moeten kloppen, ook als de beplanting over een paar jaar volgroeid is. En officiƫle borden worden van aluminium met reflecterende folie gemaakt, zodat ze in het donker en bij koplampverlichting leesbaar blijven.
Binnen geldt dezelfde helderheid, ook bij het sanitair
Eenmaal binnen zoeken bezoekers van een onbekend gebouw meestal als eerste naar de uitgang, de lift en het toilet. Juist bij dat laatste zie je in de praktijk vaak een allegaartje van zelfgeprinte A4'tjes en bordjes in verschillende stijlen. Dat doet afbreuk aan een zorgvuldig ontworpen interieur.
Pictogrammen werken hier beter dan tekst, omdat ze ongeacht taal herkenbaar zijn. Denk aan aparte symbolen voor dames, heren, een gezamenlijk of genderneutraal toilet en het rolstoelsymbool voor een toegankelijk toilet. In lange gangen of op grotere verdiepingen voorkomt een bordje met richtingspijl dat bezoekers moeten zoeken. Wie wc bordjes opneemt in de afwerkstaat, in plaats van ze over te laten aan de gebruiker, houdt grip op stijl, materiaal en montagehoogte. Voor representatieve ruimtes ligt geborsteld aluminium of roestvrij staal voor de hand, terwijl kunststof prima volstaat in technische ruimtes of personeelsgedeeltes. Let in sanitaire ruimtes wel op vocht en schoonmaakmiddelen, want niet elk materiaal verdraagt dat even goed.
Signalering als vast onderdeel van het bestek
De eenvoudigste stap is een signaleringsplan naast de plattegronden en de terreintekening. Leg per ruimte en per terreindeel vast welk bord of bordje er komt, in welke maat en welk materiaal, op welke hoogte en met welke bevestiging, zoals verlijmd, geschroefd of op een paal. Dat maakt het voor de bouwbegeleiding controleerbaar en voorkomt discussie bij de oplevering. Bovendien dwingt het al vroeg tot keuzes over routing, die anders pas zichtbaar worden als het gebouw in gebruik is. Goede bewegwijzering valt nauwelijks op, en dat is precies de bedoeling.
Overig
|